Om over tien jaar de stad nog in en uit te komen, moet er nú iets gebeuren

Maandag 1 mei publiceerde het ministerie van I&M de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA), de vierjaarlijkse voorspelling van mobiliteitsontwikkelingen. Daar staat in wat wij al wisten: het wordt drukker waar het al druk is, in en om de grotere steden van Nederland. Dat vraagt om investeringen in mobiliteitsbeleid – een miljard per jaar is een breed gedeeld pleidooi – en vooral ook een inhoudelijke koerswijziging. Wij – wethouders van de vier grote steden, van verschillende politieke kleur – hebben een gedeeld beeld van wat er in en om de steden moet gebeuren.

Concreet willen we fors investeren in fiets en openbaar vervoer. Veruit de meeste verplaatsingen zijn op korte afstanden en met de komst van E-fietsen en speed pedelecs is bovendien de actieradius van fietsen sterk toegenomen. Voor de langere afstanden is investeren in frequente, snelle en sterke spoorverbindingen de meest efficiënte manier om de economische kerngebieden bereikbaar te houden. Dit blijkt uit het ‘Toekomstbeeld openbaar vervoer’, dat onder leiding van hetzelfde ministerie is opgesteld. Daarvoor is een upgrade van het openbaar vervoer naar meer lightrail binnen én tussen de stedelijke regio’s noodzakelijk. Dit  alles aangevuld met nieuwe vervoersdiensten die maatwerk leveren naast openbaar vervoer en fietsen. Deze investeringen zijn pure noodzaak, terwijl er nu slechts bezuinigingen in de boeken staan bij het Rijk, en helaas nul investeringsruimte.

Dat er snel iets in en rond de grotere steden moet gebeuren staat vast. Niet alleen is het daar nu al druk, een groot deel van de bevolkingsgroei in Nederland zal hier landen. De komende tien jaar leidt de trek naar de stad tot een toename van 700.000 inwoners. Naast de bevolkingsgroei, groeit ook de bedrijvigheid in deze gebieden en daarmee de economische kracht van Nederland. Steden zijn steeds aantrekkelijker voor (internationale) bedrijven omdat de behoefte aan ontmoeting groter wordt en dit dé plek is voor innovatie. Wij delen de ambitie om die bevolkingsgroei en de bedrijvigheid binnen de bestaande stedelijke regio’s op te vangen: geen Vinex-uitbreiding dus, maar verdichting van de bestaande steden. Dat levert meer maatschappelijke baten op: het houdt het groen buiten de stad open en vergroot het gebruik van de voorzieningen in de steden.

Wij zijn ervan overtuigd dat de groei kan worden opgevangen binnen de stedelijke regio’s, maar wel onder de voorwaarde dat we naar andere mobiliteit gaan in en om stedelijk gebied: meer lopen en fietsen, meer openbaar vervoer, meer mobiliteitsdiensten die niet op bezit maar op gebruik zijn gebaseerd, en dat allemaal zonder emissies (stil en schoon). Dit is nodig om groeiende mobiliteit in te passen in de schaarse ruimte, bestemmingen bereikbaar te houden en een aantrekkelijke en leefbare openbare ruimte te garanderen. Dat lukt niet met het huidige hoge aandeel van de auto en lage aandeel van het openbaar vervoer (zo’n 10% in onze stedelijke regio’s, internationaal gezien ongekend laag) in de mobiliteit.

Een voorbeeld: in Havenstad in Amsterdam kunnen binnen het huidige mobiliteitssysteem 10.000 woningen gebouwd worden, met een nieuwe metroverbinding kunnen dat 40.000 woningen worden. Zie daar het belang van een systeemsprong in mobiliteit en openbaar vervoer.

Wij vragen het nieuwe kabinet om verder dan snelwegen, stations en op- en afritten te denken. De grootste uitdaging van vandaag en morgen ligt in de omslag naar vervoer dat weinig ruimte inneemt. Zo houden we een prettige en gezonde leefomgeving voor inwoners en bezoekers en blijven de voorzieningen bereikbaar. Het Rijk zal met ons na moeten denken over de verbinding tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit en over het totale mobiliteitssysteem; met alleen denken in termen van knelpunten komen we er niet. Uiteraard investeren we hier zelf fors in mee.

Beste Onderhandelaars, beste Mark, Sybrand, Alexander en Jesse, het woord is aan jullie!

Pieter Litjens, Gemeente Amsterdam (VVD)

Pex Langenberg, Gemeente Rotterdam (D66)

Tom de Bruijn, Gemeente Den Haag (D66)

Lot van Hooijdonk, Gemeente Utrecht (Groen Links)

(Deze brief is zo aan de media aangeboden mei 2017)

 

Bron: https://mrdh.nl/nieuws/over-tien-jaar-stad-nog-en-…

Geef een reactie